Effect+van+verneveling+op+staltemperatuur+kan+flink+groter
Achtergrond
© Jos Thelosen

Effect van verneveling op staltemperatuur kan flink groter

Nevelinstallaties kunnen de kans op hittestress bij varkens behoorlijk verkleinen. Ze moeten dan wel voldoende capaciteit hebben en niet te snel worden uitgezet. 'Varkenshouders en installateurs zijn weleens te voorzichtig', stelt onderzoeker André Aarnink van Wageningen Livestock Research. Hij adviseert de installatie nu vast door te lichten.

Met alleen ventileren is het lastig om er bij hoge buitentemperaturen voor te zorgen dat het stalklimaat voor de varkens aangenaam blijft. Voor een echt grote verlaging van de temperatuur is het werken met voorkoeling van de binnenkomende lucht met grondbuizen of warmtewisselaars een optie. Maar dat vergt een forse investering en is niet altijd achteraf toepasbaar.

Het verdampen van water door verneveling of padkoeling is een goede optie die een lagere investering vraagt en achteraf is toe te passen. De afgelopen jaren zijn dan ook heel wat nevelinstallaties geplaatst in varkensstallen, padkoeling is minder vaak toegepast.

De nevelinstallatie of padkoeling koelt de binnenkomende lucht door het verdampen van water. Voor dit verdampen is warmte nodig en daardoor daalt de temperatuur van de binnenkomende lucht. 'De afkoeling die haalbaar is met verneveling of padkoeling is vaak groter dan gedacht', stelt Aarnink.

'Uitvoering is belangrijk'

'Wel moet de installatie goed worden uitgevoerd. Het liefst met een voorruimte of kast waarin de verneveling de binnenkomende lucht volledig kan verzadigen voordat deze de afdeling ingaat. De watervoorziening moet ook toereikend zijn, er is best veel water nodig om de temperatuur te verlagen. Tenslotte is het van belang dat niet te vroeg wordt gestopt met het verdampen van water', vult de onderzoeker aan.

Te vroeg stoppen met vernevelen of de padkoeling gebeurt vaak uit vrees dat de luchtvochtigheid in de stal te hoog wordt. Die vrees is volgens de onderzoeker onterecht. De kans dat het te vochtig wordt is klein. Daar zijn twee redenen voor. Ten eerste is het niet zo dat de relatieve luchtvochtigheid (RV) in Nederland bij hoge buitentemeraturen ook altijd heel hoog is. Dat blijkt uit de gegevens die het KNMI verzamelt. Dit zijn data van de temperatuur en luchtvochtigheid per uur.

De grafiek laat zien dat de luchtvochtigheid bij een temperatuur van 20 graden Celsius kan varieren van 20 tot 100 procent. Bij hogere buitentemperaturen wordt de 100 procent vrijwel nooit gehaald. Bij buitentemperaturen van 25 graden is de RV maximaal zo'n 70 procent, bij 30 graden maximaal 60 procent en bij 35 graden nog maar maximaal 30 procent.

Meer dan 10 graden verlaging

Dit betekent ook dat met het verdampen van water een forse verlaging van de temperatuur van de binnenkomende lucht haalbaar is. 'Je mag bij het verdampen van water de binnenkomende lucht gerust tot 100 procent luchtvochtigheid laten oplopen voor het grootste koeleffect', vindt Aarnink.

'In de stal zal het altijd nog warmer zijn dan de temperatuur van de binnenkomende lucht en dan daalt de RV weer. Het is niet voor niets een relatieve luchtvochtigheid; in warme lucht kan veel meer waterdamp zitten voordat het druppels worden, ofwel voordat het gaat regenen, dan in koude lucht', vervolgt hij.

Door de verneveling of padkoeling maximaal te gebruiken is het afkoeleffect ook maximaal. Bij een buitentemperatuur van 30 graden Celsius is er afhankelijk van de RV van de buitenlucht een minimale afkoeling haalbaar van 6 graden. De maximale afkoeling is 12 graden. Bij buitentemperaturen van 35 graden is een temperatuurverlaging van 10 tot 16 graden haalbaar.

Aarnink heeft berekend dat er best veel water nodig is om het maximale effect te kunnen bereiken. Voor 10 graden temperatuurdaling komt hij uit op 0,4 liter per uur per varken bij de maximale ventilatie van 80 kuub per uur. Voor drieduizend varkens is dat dus 1.200 liter per uur.

Die capaciteit is lang niet altijd aanwezig, bleek tijdens de presentatie van deze cijfers bij het Klimaatplatform Varkenshouderij. Meerdere klimaatspecialisten geven aan dat er lang niet altijd voldoende capaciteit is geïnstalleerd. Daarnaast wordt ook niet altijd volop gekoeld, doordat het verdampen stopt voordat de 100 procent RV van de binnenkomende lucht wordt bereikt, uit vrees dat het nat wordt in de stallen.

Om dit te voorkomen, kan worden gewerkt met een RV-meter in de afdeling, waardoor de verdamping stopt als de RV tot boven de 80 procent oploopt. De RV-sensor moet niet direct achter de verneveling of padkoeling hangen, maar op een plek in de afdeling buiten de luchtstroom.

Voeropname

Met het verdampen van water is de temperatuur in een afdeling dus flink te verlagen. Onderzoeker Thi Thanh Thuy Huynh van Wageningen University & Research heeft berekend wat het effect is van de temperatuurverlaging van 32 naar 27 graden op de voeropname van een vleesvarken van 60 kilo (levend gewicht).

Zo'n varken blijkt hierdoor 400 gram per dag meer voer op te nemen. Bij dit gewicht is de voerconversie hooguit 2 of nog minder. Dus met die 400 gram per dag kan een varken 200 gram of meer per dag groeien.

Is koeling wel nodig?
Even terug naar de hamvraag: is koeling van varkensstallen in Nederland wel nodig? Zeker. En niet alleen in hartje zomer bij temperaturen van 30 graden Celsius of hoger. Varkens krijgen het veel eerder te warm, blijkt onder meer uit een promotieonderzoek van Thi Thanh Thuy Huynh. De onderzoeker van Wageningen University & Research heeft naar de effecten gekeken van de temperatuur op een vleesvarken van 60 kilo die onbeperkt voer krijgt. Vanaf een temperatuur van ruim 16 graden Celsius gaan varkens al niet meer dicht bij elkaar liggen en vanaf 18 graden zoeken ze de roosters op. Bij een temperatuur van zo'n 20 graden gaan ze mesten en urineren op de dichte vloer. Op die natte vloer raken ze dan weer warmte kwijt. Bij 23 graden gaan de dieren versneld ademhalen om warmte kwijt te raken, want een varken kan niet zweten. Bij temperaturen van 25 graden daalt de voeropname duidelijk en vanaf 28 graden stijgt de lichaamstemperatuur. Vanaf zo'n 25 graden, de bovengrens van de thermoneutrale zone, blijft de groei van de varkens duidelijk achter. Vanaf zo'n 20 graden, de bovengrens van de comfortzone, zullen ze zich niet prettig voelen.Tot enkele jaren geleden hadden de zwaarste varkens minder last van hoge temperaturen omdat ze beperkt voer kregen. Nu varkens ook aan het einde van de ronde vaak onbeperkt worden gevoerd, hebben ook die dieren te maken met hittestress. Zo'n 50 procent van de energie in het verteerde voer komt namelijk vrij als warmte, de andere 50 procent gaat vooral naar de groei. Vanwege deze relatie tussen voeropname en eigen warmteproductie is de kans op hittestress voor hardgroeiende vleesvarkens hoger. Het prettigst voelen varkens zich als het niet warmer is dan de bovengrens van de comfortzone. Dat is bij varkens van 60 kilo en zwaarder 20 graden Celsius Deze staltemperatuur wordt bij maximale ventilatie bereikt bij een buitentemperatuur van circa 15 gaden. Dat komt in Nederland ruim 2.000 uur per jaar voor. Bij zogende zeugen ligt de bovengrens van de comfortzone op 18 graden. Ook die wordt zo'n 2.000 uur per jaar bereikt.Bij drachtige zeugen is de bovengrens 23 graden en dat komt jaarlijks 700 uur per jaar voor. Voor vleesvarkens van 30 kilo is het zo'n 600 uur per jaar te warm, voor guste zeugen en biggen gaat het om 200 uur per jaar. Zogende biggen hebben het (bijna) nooit te warm. Het klimaatdilemma voor zogende biggen en zeugen is dan ook alleen oplosbaar als biggen een eigen microklimaat krijgen.

Stelling

Loading

Weer

  • Vrijdag
    8° / 3°
    20 %
  • Zaterdag
    8° / 1°
    5 %
  • Zondag
    10° / 0°
    5 %
Meer weer